Entschema bij de kat
De discussie rond het enten op 9, 10, 11 of 12 weken de eerste keer, heeft te
maken met de antilichamen status van het lichaam van het kitten. De antilichamen
welteverstaan, die het kitten meekrijgt van mamma: de zogenaamde maternale
antilichamen. Als je te vroeg ent, zou het kitten in de aanval kunnen gaan tegen
het entvirus met de maternale antilichamen en zou een te vroege enting derhalve
niets aan immuunstatus oplever en. Lang niet ieder kitten heeft dezelfde maternale antilichamen hoeveelheid in het bloed, er is zelfs verschil per kitten
uit één nest aangetoond. Als je pas op 11-12 weken ent, kan er een situatie
ontstaan dat je kittens krijgt die in een tijdelijk gat vallen tussen genoeg
maternale immuniteit en geen immuniteit tot er geënt wordt.
Je kunt geen eenduidig antwoord geven op de vraag of het verkeerd is om
op 9 en 12 weken te enten en of een derde enting dan eventueel aan te raden is.
Het is ook zeker niet juist om apert het enten vóór 11 weken af te wijzen. Geen
enkele cattery is hetzelfde. De nieuwste inzichten wijzen in ieder geval in de
richting van een alternerend entschema, dat wil zeggen: het ene jaar
katte/niesziekte en het jaar daarna alleen niesziekte, het jaar daarna weer
katte/niesziekte, enzovoorts. Vanuit Amerika komt dit deze kant op en ook in
Nederland, onder aanvoering van Herman Egberink, de bekende viroloog werkzaam in
Utrecht, wordt hier veel onderzoek naar gedaan.
Het wordt dus nog steeds als veilig en juist gezien, om op 9 en 12 weken te
enten. Maar je moet alert blijven, iedere individuele cattery is anders en een
standaard entschema is goed, maar staat in principe bij elke cattery ter
discussie. De discussie is nog lang niet afgesloten en zal dat ook nog lang niet
zijn; dit ook met name wat betreft het alternerende schema. Op termijn hoeven we
misschien maar 1x per 2 jaar te enten tegen niesziekte. In probleem catteries
kan het van wezenlijk belang zijn om een schema op maat te maken en dan kan een
enting op 16 weken als extra enting nog overwogen worden, en zelfs een enting
eerder dan 9 weken, bijvoorbeeld op 6 weken al.
Een en ander zou je zelfs kunnen begeleiden door antilichamen titers bij
kittens te bepalen vanaf enkele weken leeftijd, om op die wijze problemen
gefundeerd op te kunnen lossen. Je kunt je voorstellen, dat dit geen werkbare
situatie is voor alle katten die voor een enting komen, maar wel iets om bij
probleemgroepen te overwegen. Bij probleem catteries kan het ook van belang zijn
om op 4 weken leeftijd de kittens al te enten tegen bordetella. Deze enting is
recentelijk door Intervet op de markt gebracht en gaat een belangrijke bijdrage
leveren in de strijd tegen niesziekte. Ik roep al bijna 10 jaar, dat dat volgens
mij de grote boosdoener is als het om recidiverende niesziekte perikelen in
catteries gaat, gelukkig is er nu een vaccin voorhanden; tot voor kort konden we
alleen maar naar antibiotica grijpen.
Ook wordt er op het moment heel veel energie gestoken in het verbeteren van
de calici component in het niesziekte vaccin. De gedachten gaan uit naar nieuwe
mutanten van het virus, die op het moment samen met bordetella voor de
kittensterfte in sommige nesten zorgen (met pneumonie bij de kittens).
Kortom: een gebied dat volop in beweging is, waar vele inzichten en ideeën
langzaam bij elkaar komen en dat nog verre van perfect is. Mogelijk zal de
perfectie ook nooit bereikt worden, zeker ook omdat virussen de vervelende
gewoonte hebben te muteren, zodat je nooit een 100% veilig vaccin kunt maken;
een beetje als griep bij de mens.
Boodschap in ieder geval: het afwijzen van enten op 9 en 12 weken leeftijd,
en het uitsluitend willen enten vanaf 11-12 weken is niet genoeg
wetenschappelijk onderbouwd om het koste wat koste vast te houden.
De theorie erachter is duidelijk (zie hierboven).
Dierenkliniek Zuiderkaag
Paula Hendriks en team
De Boog 74, 1741 MT Schagen
Tel. 0224 218997
http://www.dkzuiderkaag.nl/
|